ECLI:NL:CRVB:2013:2593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder urenbeperking en passendheid functie gereedschapsmaker
Appellante werd arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering die in 2010 werd herzien met een vermindering van het arbeidsongeschiktheidspercentage en het vervallen van de urenbeperking. De rechtbank vernietigde dit besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarna de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandelde.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom de urenbeperking per 28 februari 2011 niet langer van toepassing was, mede op basis van medische rapporten en het herstel van appellante. Het standpunt van appellante dat zij niet in staat zou zijn om meer dan 20 uur te werken werd niet gevolgd omdat dit geen nieuwe medische gegevens bevatte.
Daarnaast verwierp de Raad het bezwaar van appellante tegen het aanwijzen van de functie van gereedschapsmaker als passend. De functie vereist een VMBO-theoriegericht diploma en geen technische ervaring, wat appellante met haar HAVO-diploma voldoende bezit. Het gebrek aan technische affiniteit is volgens de Raad geen reden om deze functie buiten beschouwing te laten.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt daarmee het bestreden besluit van het UWV en handhaaft de herziening van de WAO-uitkering zonder urenbeperking.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering zonder urenbeperking wordt bevestigd.