ECLI:NL:CRVB:2013:2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht autohandel
Appellanten ontvingen vanaf 1 januari 2009 bijstand naar de norm voor gehuwden. Naar aanleiding van een fraudemelding over kentekens van auto’s op naam van appellant startte de sociale recherche een onderzoek. Dit leidde tot een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen om de bijstand over meerdere maanden tussen maart 2009 en februari 2011 in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de auto’s voornamelijk voor eigen gebruik waren en dat zij geen winst maakten met de verkoop van opgeknapte auto’s. Zij stelden dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht daarom geen gevolgen mocht hebben voor het recht op bijstand.
De Raad oordeelde dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor intrekking indien hierdoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Gezien de gegevens van de RDW en de korte registratieduur van achttien kentekens op naam van appellant, achtte de Raad aannemelijk dat er transacties hebben plaatsgevonden. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat het merendeel van de auto’s niet als handelsobject diende. Omdat controleerbare gegevens over inkomsten uit deze transacties ontbraken, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht met betrekking tot autotransacties wordt bevestigd.