Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 472,-;
- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 448,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene had een WAO-uitkering die per 12 juli 2005 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In november 2009 werd betrokkene opnieuw onderzocht en stelde zij een heropening van de WAO-uitkering voor vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit verzoek af omdat het van mening was dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak had dan de eerdere uitkering.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de klachten van betrokkene reactief waren op omstandigheden en niet primair door een nieuwe ziekteoorzaak werden veroorzaakt. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens het ontbreken van een deugdelijke medische onderbouwing en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
In hoger beroep stelde het UWV dat de oorzaak van de eerste arbeidsongeschiktheid een specifieke levensgebeurtenis was, terwijl de latere periode werd veroorzaakt door andere belastende omstandigheden. De Centrale Raad oordeelde dat het UWV niet voldeed aan de bewijslast om zonder twijfel aan te tonen dat sprake was van een andere ziekteoorzaak. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de weigering tot heropening van de WAO-uitkering blijft in stand.