ECLI:NL:CRVB:2013:2211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen en taalvaardigheid
Appellante, voormalig kamermeisje, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsarts Kanhai en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering vanwege onvoldoende medische beperkingen en een loonverlies van slechts 8,44%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, onderschreef de medische grondslag en oordeelde dat de functies geschikt waren voor appellante, ook gezien haar beheersing van de Nederlandse taal op elementair niveau. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onzorgvuldig waren vastgesteld en dat zij de functies niet kon vervullen vanwege haar taalproblemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht alle door appellante aangevoerde gegevens had betrokken en dat de medische beoordeling juist was. De Raad vond geen reden om het oordeel over de geschiktheid van de functies en de taalvereisten te herzien, mede gelet op het opleidingsniveau van appellante en het arbeidskundig rapport.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.