ECLI:NL:CRVB:2013:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen het UWV-besluit dat hem een WGA-uitkering toekende op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Hij vorderde een hogere uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid (80-100%).
Tijdens de procedure stelde het UWV vast dat appellant sinds 2 mei 2011 100% arbeidsongeschikt is, maar dit leidde niet tot wijziging van de uitkeringshoogte. De Raad vroeg appellant naar het procesbelang van zijn beroep, waarop appellant verwees naar mogelijke pensioenopbouw.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een inkomenseis vanwege de langdurige volledige arbeidsongeschiktheid het procesbelang wegneemt. Daarnaast was het pensioenargument onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.