Uitspraak
OVERWEGINGEN
26 augustus 2009 (ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5891) twee prejudiciële vragen voorgelegd aan
- thans - het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof). Bij arrest van 14 oktober 2010 (Van Delft e.a., C-345/09) heeft het Hof de gestelde prejudiciële vragen beantwoord.
E 121-formulier niet naar waarheid heeft ingevuld omdat, in tegenstelling tot wat met de
E 121-verklaring wordt bevestigd, hij geen recht heeft op verstrekkingen krachtens Nederlandse wetgeving. Voorts was Cvz ingevolge artikel 29 van Pro Verordening (EEG)
nr. 574/72 (Vo 574/72) niet bevoegd deze verklaring ongevraagd toe te zenden. Appellant blijft er voorts bij dat zijn particuliere verzekering in 2006 in strijd met Europese schaderichtlijnen is beëindigd. Met betrekking tot het geding 12/4938 ZVW heeft appellant verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
E 121-verklaring heeft afgegeven.
Vo 1408/71 de verstrekkingen alleen voor rekening van de voor de pensioenverzekering bevoegde lidstaat komen indien de rechthebbende een daadwerkelijk en actueel te effectueren recht op die verstrekkingen heeft, wordt hij niet gevolgd. Zoals Cvz terecht heeft betoogd, wordt in artikel 28, tweede lid, van Vo 1408/71 verwezen naar de in het eerste lid bedoelde gevallen en moeten deze bepalingen in samenhang worden gelezen. In dit verband wordt ook gewezen op het arrest van het Hof van 10 mei 2001, Rundgren, C-389/99, waarin het Hof in punt 46 overweegt dat in het aldus bij de artikelen 27, 28 en 28 bis van Vo 1408/71 ingevoerde stelsel de verstrekkingen altijd voor rekening van een orgaan van een ter zake van een pensioen bevoegde lidstaat komen, voor zover de pensioen- of rentetrekker op grond van de wettelijke regeling van deze lidstaat recht op deze verstrekkingen heeft, indien hij op diens grondgebied woont.
21 januari 2006 tot de datum van deze uitspraak is zeven jaar en ruim acht maanden verstreken. Met verwijzing naar zijn uitspraak van 23 april 2009
€ 2.500,-. Omdat bestreden besluit 1 inhoudelijk juist is, zullen de rechtsgevolgen van dat besluit in stand worden gelaten. De aangevallen uitspraak van 15 oktober 2012 wordt bevestigd.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak van 18 juli 2012;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 gegrond en vernietigt dat besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van dit vernietigde besluit geheel in stand blijven;
- bevestigt de aangevallen uitspraak van 15 oktober 2012;
- veroordeelt Cvz tot vergoeding aan appellant van de schade tot een bedrag van € 2.500,-;
- bepaalt dat Cvz aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht in de zaak 12/4938 ZVW van in totaal € 156,- vergoedt