Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellante viel in 2004 uit wegens lichamelijke en psychische klachten gerelateerd aan een eetstoornis (boulimia nervosa) en ontving van 2006 tot 2008 een WGA-uitkering. Na een nieuwe uitval in 2009 vroeg zij opnieuw een WIA-uitkering aan, welke het Uwv toekende op grond dat de arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar door dezelfde ziekteoorzaak was ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken de onderliggende oorzaak is die zich in de eerste uitval uitte als eetstoornis en in de tweede uitval als stemmingsstoornis. De medische rapporten en verklaringen van behandelaars ondersteunden deze conclusie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar arbeidsongeschiktheid in 2009 door een andere ziekteoorzaak, namelijk een depressie, werd veroorzaakt en niet door de eetstoornis. Zij bracht geen nieuwe medische gegevens aan die dit konden onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd had dat sprake was van dezelfde ziekteoorzaak.
De Raad benadrukte dat de bewijslast rust op appellante om aan te tonen dat er geen verband bestaat tussen de eerdere en latere uitval. Aangezien appellante dit niet aannemelijk maakte, werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WGA-uitkering wegens dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar bevestigd.