ECLI:NL:CRVB:2010:BM2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende bewijslast omtrent ziekteoorzaak bij WIA-uitkering
Appellant, voormalig horecamedewerker, ontving een WAO-uitkering wegens fibromyalgie die later werd beëindigd vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid. Na meerdere ziekmeldingen en psychiatrische behandelingen stelde het UWV de WIA-uitkering stop, omdat het meende dat de toegenomen beperkingen een andere ziekteoorzaak hadden dan de eerdere uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV niet aan de bewijslast heeft voldaan om dit standpunt te onderbouwen. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts stelt niet buiten twijfel dat de toegenomen beperkingen een andere oorzaak hebben, en erkent zelf het verband met een persoonlijkheidsstoornis. Diverse oudere medische rapporten vermelden psychische problematiek die al eerder aanwezig was.
De Raad vernietigt het besluit van het UWV en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt dat het recht op WIA-uitkering kan herleven indien de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als de eerdere uitkering.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijslast en het UWV moet opnieuw beslissen op het bezwaar.