ECLI:NL:CRVB:2012:BY4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand toeslag voormalige alleenstaande ouder bij meerderjarig inwonend kind
Appellante ontvangt bijstand als voormalige alleenstaande ouder. Haar inwonende zoon is meerderjarig en ontvangt studiefinanciering en inkomsten uit arbeid. Zij verzocht bijzondere bijstand in de vorm van een toeslag voor de periode vanaf augustus 2008, welke door het dagelijks bestuur deels werd afgewezen.
De Raad oordeelt dat vanaf de meerderjarigheid van het inwonende kind geen sprake meer is van een eenoudergezin, maar van twee zelfstandige rechtssubjecten. Kosten die betrekking hebben op het meerderjarige kind kunnen niet worden toegerekend aan appellante voor bijzondere bijstand op grond van artikel 35, eerste lid, WWB. Het feit dat zij onderhoudsplichtig is, verandert hier niets aan.
Verder is vastgesteld dat het dagelijks bestuur het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent heeft toegepast, ondanks een foutieve berekening van het normbedrag voor een deel van de periode. Appellante heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden aangevoerd om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellante geen bijzondere bijstand kan krijgen voor kosten van haar meerderjarige inwonende zoon.