ECLI:NL:CRVB:2010:BL6167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand medicinale cannabis voor bepaalde periode
Appellant, HIV-seropositief en behandeld met anti-HIV-medicatie, kreeg vanwege pijnklachten medicinale cannabis voorgeschreven. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende hem bijzondere bijstand toe voor de meerkosten van medicinale cannabis, telkens voor een bepaalde periode. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarin het College werd teruggefloten wegens motiveringsgebrek, verleende het College alsnog bijzondere bijstand voor de periode van 1 april 2006 tot en met 31 december 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat het College een vaste, buitenwettelijke en begunstigende gedragslijn hanteert waarbij bijzondere bijstand telkens opnieuw moet worden aangevraagd voor een nieuwe periode. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze periodieke toekenning onredelijk is en dat hij voor onbepaalde tijd bijzondere bijstand zou moeten krijgen vanwege zijn chronische ziekte.
De Raad oordeelt dat het beleid van het College als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden gezien en dat toetsing beperkt is tot de consistente toepassing daarvan. De Raad stelt vast dat het College dit beleid consistent heeft toegepast en dat de redelijkheid van het beleid niet ter beoordeling staat. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot periodieke toekenning van bijzondere bijstand wordt bevestigd.