ECLI:NL:CRVB:2011:BT8706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor fitnesskosten bij vernauwing kransslagaderen
Appellant, lijdend aan een vernauwing van de kransslagaderen, vroeg bijzondere bijstand aan voor fitnesskosten die medisch noodzakelijk zijn. Het College wees deze aanvraag af omdat het om algemeen noodzakelijke bestaanskosten zou gaan en de kosten buiten de voorliggende voorziening van de ziektekostenverzekering vallen.
De rechtbank oordeelde dat de kosten niet tot de zorgverzekering behoren maar rekende deze toch tot de algemeen noodzakelijke kosten, waardoor de aanvraag werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank buiten de grondslag van het bestreden besluit was getreden en vernietigde de uitspraak.
De Raad bevestigde dat de zelfstandige oefentherapie niet onder de Zorgverzekeringswet valt en dat het College op grond van het beleid en artikel 15 WWB Pro geen bijzondere bijstand hoeft te verlenen. Ook waren er geen zeer dringende redenen volgens artikel 16 WWB Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand voor fitnesskosten wordt ongegrond verklaard.