ECLI:NL:CRVB:2012:BX6561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante ontving sinds 1996 een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2008 trok het UWV haar uitkering in omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, steunend op een psychiatrisch rapport van deskundige Hassing, die geen depressieve stoornis vaststelde. Appellante betwistte dit en verwees naar haar behandelend psychiater Blom, waarna de Raad een onafhankelijke deskundige benoemde.
De onafhankelijke deskundigen Sutterland en Remmelzwaal concludeerden dat appellante op de datum van intrekking leed aan een matige depressieve stoornis en andere beperkingen die niet juist waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad oordeelde dat het UWV-besluit onvoldoende medische grondslag heeft en vernietigde het, met de opdracht aan het UWV om het besluit binnen zes weken te herstellen op basis van het nieuwe deskundigenrapport.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen.