ECLI:NL:CRVB:2012:BW9756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De Dienst SZW van de gemeente ’s-Gravenhage voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en leefsituatie, waarbij werd vastgesteld dat appellant maandelijks stortingen deed op zijn rekening en een hoger dan gemiddeld waterverbruik had. Tevens werd driemaal niet opengedaan bij bezoeken aan zijn woning en bij een vierde bezoek opende een persoon met een Spaanse nationaliteit de deur, die verklaarde dat appellant bij zijn vriendin verbleef.
Naar aanleiding van deze feiten werd appellant verzocht mee te werken aan een huisbezoek, wat hij weigerde. Het college wees daarop de aanvraag om bijstand af wegens het niet nakomen van de medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden een redelijke grond vormden voor het huisbezoek en dat het verzoek om minder ingrijpende middelen te gebruiken, zoals het horen van appellant, niet gevolgd kon worden. Appellant was vooraf gewezen op de gevolgen van weigering en had geen afdoende verklaring gegeven. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege weigering van appellant om mee te werken aan een huisbezoek.