ECLI:NL:CRVB:2011:BP3831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken redelijke grond huisbezoek
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en kreeg op 3 december 2008 een huisbezoek vanwege vermoedens over een te hoog waterverbruik. Het College beëindigde de bijstand per die datum omdat appellante het huisbezoek weigerde. In bezwaar werd dit besluit gehandhaafd, met als grond dat het hoge waterverbruik twijfel opriep over de juistheid van de verstrekte gegevens.
In hoger beroep betwist appellante dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek. Zij stelde dat eerst minder belastende middelen, zoals een gesprek op kantoor, hadden moeten worden ingezet. Tevens wees zij op een eerder onaangekondigd huisbezoek waarbij haar woonsituatie in orde was bevonden. Het College voerde aan dat het water- en gasverbruik ondanks het vertrek van haar zoon op hetzelfde niveau bleef, wat de twijfel rechtvaardigde.
De Raad oordeelt dat het College geen concrete, actuele feiten had die een redelijke grond voor het huisbezoek vormden. De opgave van het waterverbruik was gebaseerd op een schatting en niet op recente meterstanden. Hierdoor kon het niet meewerken aan het huisbezoek niet leiden tot intrekking van de bijstand. De Raad vernietigt het bestreden besluit en het besluit tot intrekking, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen.