ECLI:NL:CRVB:2012:BW8264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven zelfstandige werkzaamheden
Appellant was vanaf 1 november 2005 gemiddeld 10 uur per dag werkzaam als zelfstandig makelaar, maar heeft deze werkzaamheden niet verantwoord op zijn werkbriefjes. Het UWV heeft daarop zijn WW-uitkering ingetrokken en het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, alsmede een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellant objectief en subjectief verwijtbaar handelde door niet alle gewerkte uren op te geven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onvoldoende en wisselende informatie had ontvangen en dat hij pas later een folder ontving die hem duidelijkheid had moeten geven.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze niet het latere besluit van 30 september 2010 had betrokken, waarin het UWV de eerdere beslissing handhaafde met toepassing van de ZZP-handleiding. De Raad oordeelt dat appellant terecht is aangesproken op zijn informatieplicht en dat het UWV bevoegd was tot intrekking, terugvordering en boeteoplegging. Het beroep tegen het besluit van 30 september 2010 wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 september 2010 wordt ongegrond verklaard en de intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.