ECLI:NL:CRVB:2012:BV9390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht door autohandel partner
Appellante ontving bijstand sinds juni 2006 en werd verdacht van het niet melden van inkomsten uit autohandel van haar partner [T.]. Na onderzoek trok het dagelijks bestuur de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet duidelijk was geïnformeerd over haar verplichtingen, dat verklaringen van [T.] en haar zoon niet gebruikt mochten worden wegens schending van consultatierecht, en dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden. De Raad oordeelde dat [T.] inderdaad autohandel dreef in de relevante periode en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad verwierp het beroep op het Salduz-arrest omdat het geen strafrechtelijke procedure betrof en vond geen aanleiding om verklaringen buiten beschouwing te laten. Ook was er geen bewijs van gewijzigde omstandigheden die recht op bijstand zouden geven.
Het dagelijks bestuur handelde binnen zijn bevoegdheid bij intrekking en terugvordering van de bijstand. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.