ECLI:NL:CRVB:2012:BV6830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende beurs zonder inkomen vader wegens wezenlijk contact
Appellante, studente geboren in 1991, verzocht bij de vaststelling van haar aanvullende beurs het inkomen van haar vader buiten beschouwing te laten vanwege een langdurig verstoorde relatie. Haar ouders zijn in 1997 gescheiden en volgens haar was er geen contact meer met haar vader sinds haar tiende jaar. De Minister wees dit verzoek af en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er geen wezenlijk contact was met haar vader, onderbouwd met verklaringen van een teamleider en een directeur van haar basisschool. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende bewijs leverden dat er geen wezenlijk contact was, mede omdat de verklaringen vooral betrekking hadden op de vader en niet direct op het contact tussen appellante en haar vader.
De Raad stelde vast dat appellante zelf in haar verklaring aangaf dat zij haar vader soms nog opbelde, en dat het sporadische en korte telefonische contact als wezenlijk contact moet worden aangemerkt volgens artikel 9 van Pro het Besluit studiefinanciering 2000. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten wordt afgewezen wegens het bestaan van wezenlijk contact.