ECLI:NL:CRVB:2011:BT7485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Almere waarin bijstand die aan een derde was verleend, mede van hem werd teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
Het bezwaar werd door het College niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege vermeende verwarring door het College.
De Raad oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan het laatst bekende adres van appellant volgens de Gemeentelijke Basisadministratie. Appellant had nagelaten zijn verhuizing tijdig door te geven. De stelling dat het besluit als bijlage bij een aan een derde gerichte herinneringsnota was gevoegd, werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro werd verworpen omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en geen plaats is voor belangenafweging bij ontvankelijkheid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.