ECLI:NL:CRVB:2011:BR5326
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding gebitsonderhoud na eenmalige gebitsrehabilitatie wegens oorlogsgeweld vernietigd
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit en fysieke klachten waaronder gebitsproblemen, had in 2002 een vergoeding gekregen voor een eenmalige gebitsrehabilitatie. In 2009 verzocht zij om vergoeding van gebitsimplantaten, welke door verweerder werd afgewezen op grond van het beleid dat de eenmalige rehabilitatie alle oorlogsgerelateerde schade zou herstellen.
De Centrale Raad oordeelt dat verweerder niet volstaat met een verwijzing naar het beleid, maar een onderzoek had moeten instellen naar de medische noodzaak van het nieuwe behandelplan en het causaal verband met het oorlogsgeweld. Tevens is niet onderzocht of de nieuwe behandelingen betrekking hebben op klachten die in 2002 niet aan de orde waren.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van vergoeding voor gebitsimplantaten wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.