ECLI:NL:CRVB:2011:BR5136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en vermogen boven grens
Appellante ontving sinds 2002 bijstand en werd na een anonieme melding onderzocht vanwege bezit van een woning in Marokko, geregistreerd op haar naam met een waarde van circa €45.000. Zij verklaarde aanvankelijk niet te weten dat de woning op haar naam stond en ontkende eigendom. Het College trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van intrekking en terugvordering voor de periode vanaf taxatie in 2007. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet redelijkerwijs over de woning kon beschikken en dat terugvordering beperkt moest blijven tot haar aandeel minus vrij te laten vermogen.
De Raad oordeelde dat de woning volgens het kadaster op haar naam stond en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij er niet over kon beschikken. Zij had haar inlichtingenverplichting geschonden door dit niet te melden. Gezien de forse vermogensoverschrijding was er geen sprake van een onevenredigheid die terugvordering zou beperken. De Raad bevestigde daarom het besluit van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.