ECLI:NL:CRVB:2015:623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1992, maar het college van burgemeester en wethouders van Hengelo stelde na een onderzoek vast dat zij onroerende zaken en sieraden in Turkije bezaten die niet waren gemeld, waardoor zij de inlichtingenplicht schonden.
Het college trok de bijstand over de periode 1997-2011 in en vorderde de gemaakte kosten terug, rekening houdend met de waarde van het onroerend goed en de sieraden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten deels ongegrond en handhaafde de intrekking en terugvordering.
In hoger beroep betwistten appellanten hun redelijke beschikking over het onroerend goed en de waardering daarvan, maar de Raad oordeelde dat zij redelijkerwijs over het theehuis konden beschikken en dat de waardering van het college, gebaseerd op taxaties en deskundigenrapporten, voldoende onderbouwd was.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook de aftrek van huurinkomsten van het theehuis op de toegekende bijstand terecht werd geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en vermogen boven de vrijlatingsgrens.