ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit met toepassing fiscale winstbegrip en ondernemersaftrek
Appellant maakte bezwaar tegen het UWV-besluit waarin zijn WAO-uitkering werd vastgesteld op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Na bezwaar en beroep stelde het UWV de uitkering bij naar een mate van 65 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat bij de berekening van zijn maatmaninkomen onterecht geen rekening was gehouden met door de werkgever betaalde premies voor pensioen, WAO- en Anw-hiaatverzekeringen, en dat de ondernemersaftrek niet correct was verwerkt. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de premies wel degelijk door de werkgever werden betaald en derhalve bij de berekening betrokken moeten worden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot een nieuw besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht aansluiting heeft gezocht bij het fiscale winstbegrip zoals omschreven in artikel 1 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), waarbij de fiscale winst vermeerderd met de ondernemersaftrek wordt gehanteerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.