ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvolledige opgave inkomsten prostitutie
Appellante ontving bijstand vanaf oktober 2003 en heeft inkomsten uit prostitutie niet volledig opgegeven aan het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Na een onderzoek door sociale recherche, waarbij onder meer telefoon- en bankgegevens werden onderzocht, concludeerde het College dat appellante vanaf januari 2004 werkzaamheden verrichtte waarvan zij niet tijdig melding maakte.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 januari 2004 in en vorderde de kosten van de verleende bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde tegen het gebruik van de onderzoeksgegevens, stellende dat deze onrechtmatig verkregen waren en in strijd met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat het bestuursrechtelijk onderzoek niet onrechtmatig was, omdat het College bevoegd was tot nader onderzoek en het gebruik van de gegevens niet zodanig onrechtmatig was dat deze buiten beschouwing moesten blijven. Ook was er geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel of artikel 6 EVRM Pro. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvolledige opgave inkomsten en acht het gebruik van onderzoeksgegevens niet onrechtmatig.