ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onvolledige beoordeling gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor alleenstaande ouder en alleenstaande. Na een onderzoek naar mogelijke fraude vanwege een gezamenlijke huishouding, trok het College de bijstand in en vorderde de gemaakte kosten terug over de periode van 14 februari 2005 tot en met 25 oktober 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden en dat zij de inlichtingenverplichting hadden geschonden. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak en betoogden dat het College onvoldoende rekening had gehouden met hun recht op bijstand volgens de gehuwdennorm.
De Raad oordeelde dat appellanten inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Echter, de Raad stelde vast dat het College niet adequaat had onderzocht in hoeverre appellanten recht hadden op bijstand volgens de gehuwdennorm, waardoor het volledige terugvorderingsbedrag niet gerechtvaardigd was.
Daarom vernietigde de Raad het besluit voor zover het de terugvordering betreft en droeg het College op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de mogelijkheid van recht op bijstand volgens de gehuwdennorm. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 mei 2011.
Uitkomst: Het besluit tot volledige terugvordering van bijstandskosten is vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen.