ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8684
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en onrechtmatige opschorting
Eisers ontvingen bijstand naar de norm voor alleenstaanden, vermeerderd met toeslag. Verweerder stelde vast dat eisers vanaf 21 februari 2011 een gezamenlijke huishouding voerden in de woning van eiseres, waarbij sprake was van wederzijdse zorg. Omdat zij dit niet hadden gemeld, trok verweerder de bijstand in en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
Eisers voerden aan dat geen sprake was van gezamenlijk hoofdverblijf gedurende de gehele periode en dat de zorg eenzijdig was. De rechtbank oordeelde dat eiser gedurende de periode bij eiseres woonde om voor haar te zorgen, dat sprake was van wederzijdse zorg en dat het bieden van huisvesting als zorg moest worden gezien. De intrekking van de bijstand was daarom terecht.
Daarnaast werd de bijstand van eiser opgeschort wegens het niet verschijnen op een oproep met een zeer korte hersteltermijn. De rechtbank stelde vast dat eiser de oproep pas laat ontving vanwege een volle brievenbus en dat de korte termijn onredelijk was. Daarom was de opschorting onrechtmatig en werd het opschortingsbesluit herroepen.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit omdat verweerder niet had onderkend dat eiser niet uitdrukkelijk had afgezien van bijstand naar de norm voor gehuwden. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen intrekking en terugvordering bijstand is gegrond verklaard, het opschortingsbesluit is herroepen en verweerder moet een nieuw besluit nemen.