ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling en vernietiging ontslagbesluit wegens onrechtmatigheid
Appellant was vanaf 1 november 2004 tijdelijk aangesteld voor één jaar. Het college verleende hem op 18 februari 2005 ontslag per 1 maart 2005 wegens het verstrekken van onjuiste gegevens bij indiensttreding. Dit ontslagbesluit werd in bezwaar gehandhaafd, maar door de Raad vernietigd vanwege onvoldoende motivering en het feit dat appellant erop mocht vertrouwen dat hij zijn functie kon vervullen.
In hoger beroep richt appellant zich tegen zowel het ontslag per 1 maart 2005 als tegen het besluit dat zijn tijdelijke aanstelling per 1 november 2005 is geëindigd. De Raad oordeelt dat het ontslagbesluit onrechtmatig is omdat het college appellant niet de gelegenheid heeft gegeven om te re-integreren met een aangepaste werktijd, ondanks het advies van de bedrijfsarts.
De Raad bevestigt dat de tijdelijke aanstelling van rechtswege is geëindigd op 1 november 2005 en dat het college niet verplicht was deze voort te zetten. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van immateriële schade.
De Raad vernietigt het ontslagbesluit van 18 februari 2005, herroept het ontslag en verklaart het beroep tegen het besluit over het einde van de tijdelijke aanstelling ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van 1 maart 2005 wordt vernietigd en herroepen, het einde van de tijdelijke aanstelling per 1 november 2005 blijft in stand, schadevergoeding wordt afgewezen.