ECLI:NL:CRVB:2011:BP8021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep inzake terugvordering ZW-uitkering
Appellante ontving onverschuldigd Ziektewet-uitkering van 2 januari 2006 tot 9 juli 2006, nadat zij per 2 januari 2006 hersteld was verklaard. Het UWV vorderde deze bedragen terug. Appellante maakte bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank onrechtmatig het vooronderzoek had heropend zonder nieuwe zitting, waardoor de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand kwam.
De Raad oordeelde dat het bezwaar van appellante tijdig was ingediend binnen zes weken na de daadwerkelijke toezending van het besluit, en verklaarde het bezwaar ontvankelijk. Vervolgens bevestigde de Raad dat de terugvordering terecht was, omdat de betaling onverschuldigd was en geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien, ondanks dat de fout bij het UWV lag.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering blijft in stand.