ECLI:NL:RBDHA:2026:880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering Ziektewet-uitkering door UWV
Eiser ontving sinds mei 2023 een Ziektewet-uitkering die per 4 maart 2024 werd beëindigd wegens herstel. Het UWV herzag de uitkering voor de periode 22 januari tot 3 maart 2024 en vorderde een te veel betaalde uitkering van €2.140,82 terug. Eiser betwistte dit en stelde dat het UWV nalatig was en dat hij tijdig had doorgegeven dat hij werk had gevonden.
De rechtbank overwoog dat eiser bewust koos om geen directe herstelafspraak te maken en zijn uitkering als financiële zekerheid wilde behouden. Zijn lichamelijke klachten bevestigden dat hij nog niet volledig hersteld was. Het UWV had de uitkering correct herzien op basis van werkelijke inkomsten, ondanks een administratieve fout in de loonberekening.
De rechtbank vond geen dringende reden om van terugvordering af te zien, mede omdat een betalingsregeling was getroffen. De enkele fout van het UWV rechtvaardigt geen ontheffing van terugvordering. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de Ziektewet-uitkering door het UWV.