ECLI:NL:CRVB:2011:BP7977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging volledige korting toeslag AOW-pensioen wegens inkomen echtgenote uit Waz-uitkering
Appellant, geboren in 1944, vroeg een AOW-uitkering aan en ontving een pensioen met toeslag. De toeslag werd volledig gekort vanwege het inkomen van zijn echtgenote uit een Waz-uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat een uitkering uit een particuliere verzekering niet als inkomen zou moeten worden beschouwd, waardoor het onderscheid in het Inkomensbesluit ongerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderscheid tussen inkomen uit arbeid en inkomen uit particuliere verzekeringen geen schending van artikel 26 IVBPR Pro oplevert. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en overwoog dat de wetgever een ruime beleidsvrijheid heeft bij sociale zekerheidsregelingen, tenzij sprake is van een verdachte grond voor onderscheid, wat hier niet het geval was.
De Raad benadrukte dat uitkeringen op grond van particuliere verzekeringen weliswaar een relatie met arbeid kunnen hebben, maar vanwege het vrijwillige karakter als inkomen uit vermogen worden aangemerkt. Het beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het inkomen van de echtgenote uit de Waz-uitkering volledig in mindering wordt gebracht op de toeslag van het AOW-pensioen.