ECLI:NL:CRVB:2012:BX3180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens weigering huisbezoek
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Na het niet reageren op uitnodigingen en het niet ophalen van een opschortingsbrief, ontstond twijfel over haar woon- en leefsituatie. Het dagelijks bestuur stelde vast dat haar broer op haar adres woonde en weigerde mee te werken aan een huisbezoek.
Op 23 maart 2010 sprak appellante met haar klantmanager, die haar verzocht medewerking te verlenen aan een direct aansluitend huisbezoek. Appellante weigerde en wilde een afspraak maken, maar de klantmanager legde uit dat het huisbezoek noodzakelijk was voor de rechtmatigheid van de uitkering. Na volharding in de weigering werd de bijstand ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat er redelijke grond was voor het huisbezoek en dat appellante geen zwaarwegende reden had om de onmiddellijke uitvoering ervan te weigeren. Het beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens weigering van een direct aansluitend huisbezoek.