ECLI:NL:CRVB:2010:BO7435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor gezondheidsmatras, deken en kussen wegens voorliggende voorziening
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een gezondheidsmatras, een deken en een kussen, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit af omdat sprake was van een voorliggende voorziening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat het gaat om medisch noodzakelijke kosten die haar zorgverzekeraar niet vergoedt, waardoor geen sprake zou zijn van een voorliggende voorziening. De Raad overweegt dat op grond van artikel 15 van Pro de WWB geen recht op bijstand bestaat indien een voorliggende voorziening toereikend en passend is.
De Raad benadrukt dat de Zorgverzekeringswet in beginsel als voorliggende voorziening geldt voor medische zorgkosten en dat hulpmiddelen in verband met medische klachten tot het zorgpakket behoren. Omdat de zorgverzekeraar de kosten niet vergoedt wegens niet-noodzakelijkheid, staat dit aan bijstandsverlening in de weg. Het mutatieformulier van de zorgverzekeraar bevat geen relevante informatie die tot een ander oordeel leidt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat de kosten onder een voorliggende voorziening vallen.