ECLI:NL:CRVB:2010:BO6448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toelating vrijwillige AOW/ANW-verzekering wegens bijzondere omstandigheden
Appellant, die in Nederland heeft gewerkt en tussen 1992 en 1996 definitief naar Marokko is teruggekeerd, heeft in augustus 2007 met terugwerkende kracht een WAO-uitkering ontvangen. Eind december 2007 verzocht hij om toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW), waarbij hij bereid was de premie vanaf 2000 alsnog te voldoen.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant zich niet binnen één jaar na 1 januari 2000 had aangemeld, zoals vereist. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding van de aanmeldingstermijn konden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellant pas na de toekenning van zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht bekend kon zijn met zijn verzekeringsstatus tot 1 januari 2000 en de mogelijkheid om zich vrijwillig te verzekeren. Hierdoor kon hem niet worden verweten dat hij zich niet binnen de termijn had aangemeld. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Svb een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze bijzondere omstandigheden.
De Raad wijst tevens het verzoek om proceskostenvergoeding toe aan appellant en bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Svb moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met bijzondere omstandigheden.