ECLI:NL:CRVB:2010:BO4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstelplicht UWV bij onderzoek door niet-geregistreerde verzekeringsarts in WAO-T zaak
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van betrokkene tegen een besluit van het UWV gegrond verklaarde. De rechtbank stelde vast dat het medische onderzoek in de primaire fase was uitgevoerd door artsen die niet als verzekeringsarts geregistreerd waren, en dat dit gebrek niet adequaat was hersteld in de bezwaarfase. De bezwaarverzekeringsarts had onvoldoende onderzoek gedaan, met name ten aanzien van rug-, bekken- en psychische klachten, en had de motivering onvoldoende onderbouwd.
Het UWV voerde aan dat er in de primaire fase wel lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden en dat de psychische klachten niet tot meer beperkingen leidden. De Raad overwoog dat onderzoek door een niet-geregistreerde arts niet dezelfde waarde heeft als dat door een geregistreerde verzekeringsarts, en dat herstel in bezwaar alleen mogelijk is indien een geregistreerde arts beoordeelt, waarbij dossieronderzoek meestal niet volstaat.
In deze zaak was het gebrek niet afdoende hersteld, mede omdat betrokkene langdurig geen duurzaam benutbare mogelijkheden had en er onvoldoende informatie van behandelende artsen was. De Raad bevestigde dat het besluit van 22 januari 2008 in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. Het UWV werd opgedragen het gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV is opgedragen binnen zes weken het gebrek in het besluit van 22 januari 2008 te herstellen.