ECLI:NL:CRVB:2010:BN2480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand van het College sinds 1989. Het College ontving een anonieme tip dat appellante en appellant samenwoonden, waarna een onderzoek werd ingesteld door de sociale recherche. Uit verklaringen, waaronder die van appellante zelf, en andere bewijsstukken bleek dat appellanten vanaf augustus 2002 tot eind 2005 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep en betoogden dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat de verklaring van appellante onder druk was afgelegd.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante vrijelijk was afgelegd en dat het College voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. De feitelijke woonsituatie en verzorging tussen partijen waren doorslaggevend. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.