ECLI:NL:CRVB:2010:BN1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuizing en woninginrichting wegens niet-noodzakelijkheid
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting, welke door het College werden afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was. Tevens werd algemene bijstand toegekend met een voorschot en een negatieve vermogensvaststelling. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de vermogensvaststelling niet-ontvankelijk, wat appellant betwistte.
De Raad volgt de rechtbank dat het voorschot slechts een informatieve mededeling is en dat het College het voorschot mocht verrekenen zonder machtiging. De Raad oordeelt dat het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de vermogensvaststelling onterecht was en vernietigt dit deel van de uitspraak. De Raad stelt vast dat het negatieve vermogen geen beletsel vormde voor bijstand en dat het vermogen mocht toenemen tot de wettelijke vermogensgrens.
Ten aanzien van de bijzondere bijstand oordeelt de Raad dat de verhuizing niet noodzakelijk was, mede gezien het ontbreken van urgente omstandigheden en medische onderbouwing, en bevestigt de afwijzing van de kosten van woninginrichting. Het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuizing en woninginrichting wordt bevestigd en het bezwaar tegen de vermogensvaststelling wordt ongegrond verklaard.