ECLI:NL:CRVB:2010:BM9188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO
Appellant ontving op 3 juli 2007 een besluit van het UWV waarin hem een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het besluit werd in het Nederlands en Turks aan appellant toegezonden. Appellant diende bezwaar in, maar dit was te laat, namelijk op 15 augustus 2007, terwijl de termijn zes weken bedroeg en op 14 augustus 2007 afliep.
Appellant voerde aan dat hij vanwege verblijf in Turkije en gezondheidsredenen de brief niet tijdig had ontvangen en dat zijn echtgenote het besluit pas rond 10 augustus aan hem had doorgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens ongeloofwaardige betwisting van verzending en geen verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het besluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en dat de termijn was aangevangen op 4 juli 2007. De Raad achtte de ontkenning van appellant over de verzending ongeloofwaardig en vond geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het WAO-uitkeringsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.