ECLI:NL:RVS:2010:BN8142

Raad van State

Datum uitspraak
16 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201004934/2/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • S.W. Schortinghuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 WoningwetArt. 3:41 AwbArt. 3:42 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vergunning bouw detentiecentrum ondanks bezwaar over kennisgeving

Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie verleende op 26 september 2008 een bouwvergunning aan DC16 B.V. voor een detentiecentrum aan de Fairoaksbaan in Rotterdam-Overschie. Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunningverlening, stellende dat de kennisgeving van de aanvraag niet of niet correct had plaatsgevonden. Het dagelijks bestuur verklaarde hun bezwaren niet-ontvankelijk, en de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van derden ongegrond.

Appellanten stelden in hoger beroep dat de kennisgeving door het dagelijks bestuur onvoldoende was en dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam deze had moeten verzorgen, of dat de kennisgeving in een gemeentebreed verspreid blad had moeten plaatsvinden. De Raad van State oordeelde dat het dagelijks bestuur bevoegd was tot kennisgeving en dat er geen wettelijke verplichting bestond voor het college om alle inwoners van Rotterdam te informeren.

De Raad benadrukte dat appellanten maatregelen hadden kunnen treffen om op de hoogte te blijven van bouwplannen binnen de deelgemeente Overschie, waar het bouwplan zich bevindt. Verder is vastgesteld dat de kennisgeving op 8 juli 2008 in het lokale blad De Maasstad, editie Overschie, en op de website van de deelgemeente is gedaan, wat als voldoende werd beschouwd.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten is ongegrond verklaard en de vergunningverlening is bevestigd.

Uitspraak

Raad van State
201004934/2/H1.
Datum uitspraak: 16 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appelanten], wonend te [woonplaats],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2010 in
zaak nr. 09/2942 in het geding tussen:
[derden]
en
het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie van de gemeente Rotterdam.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 september 2008 heeft het dagelijks bestuur aan de besloten vennootschap DC16 B.V. vergunning verleend voor de bouw van een detentiecentrum aan de Fairoaksbaan voorlopig nummer 100 in Rotterdam-Overschie.
Bij besluit van 14 juli 2009 heeft het dagelijks bestuur voor zover hier van belang de daartegen door [appellanten] ingediende bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 31 maart 2010, verzonden op 8 april 2010, heeft de rechtbank voor zover hier van belang het door [derden] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2010, hoger beroep ingesteld.
Bij brieven, ingekomen op 16 juli 200, onderscheidenlijk 27 juli 2010, hebben DC16 B.V. en het dagelijks bestuur een reactie ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 41 van Pro de Woningwet wordt van een aanvraag om bouwvergunning binnen twee weken na ontvangst daarvan door burgemeester en wethouders kennis gegeven in een van gemeentewege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.
Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
Ingevolge artikel 3:42, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, geschiedt de bekendmaking van besluiten van een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud daarvan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag- nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
2.2. [appellanten] hebben in bezwaar en in beroep betoogd, dat de kennisgeving van de aanvraag om de betrokken bouwvergunning niet heeft plaatsgevonden, althans dat, voor zover deze heeft plaatsgevonden, dit niet overeenkomstig de wet is geschied. De Afdeling stelt vast, dat de rechtbank heeft overwogen dat de betrokken kennisgeving op 8 juli 2008 is gedaan in De Maasstad, editie Overschie en is gepubliceerd op de website van de deelgemeente Overschie. Deze kennisgeving bevindt zich ook bij de stukken. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat [appellanten] feitelijk willen betogen dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam en niet het dagelijks bestuur deze kennisgeving had moeten doen, althans dat van het bouwplan kennis had dienen te worden gegeven in een blad, verspreid onder alle inwoners van de gemeente Rotterdam.
2.3. Dit betoog slaagt niet. Bij de instelling van de deelgemeente Overschie zijn de betrokken taken toebedeeld aan het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie. Er valt geen rechtsregel aan te wijzen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam in dit geval gehouden zou zijn alle inwoners van de gemeente kennis te geven of het dagelijks bestuur dat zou moeten doen. [appellanten] konden ermee bekend zijn, dat het betrokken bouwplan bij Rotterdam Airport, net als het vliegveld zelf, op het grondgebied van de deelgemeente Overschie is gesitueerd. Zij hadden maatregelen kunnen treffen om op de hoogte te geraken van bouwplannen ter plaatse die hun belangen raken. Niet is gebleken, dat het dagelijks bestuur geen bestendige wijze van bekendmaken hanteert, waarop [appellanten] zouden kunnen afgaan. Dat zij maatregelen hadden kunnen treffen, sluit ook aan bij de jurisprudentie – zie de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 1999 in zaak nr. E01.98.0125/P10, aangehecht - dat van burgers mag worden gevraagd, zich op de hoogte te houden van ontwikkelingen in een aangrenzende gemeente nabij de gemeentegrens die hun belangen raken. Hetgeen [appellanten] dienaangaande overigens aanvoeren, vermag niet tot een ander oordeel te leiden.
2.4. Na de bekendmaking van de aanvraag is het besluit van 26 september 2008 tot verlening van de bouwvergunning bekend gemaakt door toezending aan DC16 B.V., aangezien het aan haar was gericht.
Gelet op het bepaalde in artikel 3:42, tweede lid, van de Awb, was de bekendmaking van dit besluit van 26 september 2008 in de Maasstad, editie Overschie, niet verplicht. Die publicatie was dan ook geen bekendmaking in de zin van artikel 3:42 van Pro de Awb. De bewoordingen van de Awb stellen buiten twijfel dat de regeling inzake de algemene bekendmaking van besluiten, neergelegd in artikel 3:42, geen toepassing vindt in gevallen waarin artikel 3:41 rechtstreekse Pro toezending voorschrijft aan degene(n) tot wie het besluit is gericht. De conclusie is dan ook, dat het dagelijks bestuur de bezwaren van [appellanten] terecht niet-ontvankelijk heeft niet verklaard. Ook de rechtbank is tot die conclusie gekomen.
2.5. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump
lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schortinghuis
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2010
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
66.
Verzonden: 16 september 2010
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser