ECLI:NL:CRVB:2010:BM6767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opschorting, intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd verdacht van het niet verstrekken van juiste gegevens over haar verblijf en werkzaamheden in het Verenigd Koninkrijk. Na een onderzoek, waarbij onder meer informatie van de Britse belastingdienst werd betrokken, werd haar bijstand geschorst en later ingetrokken wegens onvoldoende medewerking en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had de opschorting niet beoordeeld, wat de Centrale Raad van Beroep onjuist achtte. De Raad oordeelde dat de opschorting terecht was toegepast omdat appellante niet de gevraagde bewijsstukken en informatie had verstrekt. De intrekking van de bijstand werd eveneens bevestigd omdat appellante niet binnen de hersteltermijn had voldaan aan haar verplichtingen.
Verder werd de terugvordering van bijstand over een eerdere periode bevestigd, omdat appellante ook toen haar inlichtingenplicht had geschonden en onvoldoende bewijs had geleverd dat zij recht had op bijstand. De Raad wees het hoger beroep af en vergoedde het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.