ECLI:NL:CRVB:2005:AU8930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf september 1999 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een melding dat appellant een bedrijfspand huurde en was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, werd de uitkering opgeschort en nader onderzocht.
Gedaagde trok het recht op bijstand in met terugwerkende kracht vanaf september 1999 en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van zijn activiteiten als bestuurder van een buitenlandse vennootschap en door het niet verstrekken van volledige informatie over zijn autotransacties en financiële afwikkelingen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand.
De Raad bevestigt dat gedaagde terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. Er zijn geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.