ECLI:NL:CRVB:2010:BL3363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen beiden een AOW-pensioen voor ongehuwden. Na een anonieme tip startte de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek naar de rechtmatigheid van deze pensioenen. Op basis van verklaringen van appellanten stelde de Svb vast dat zij sinds oktober 2003 een gezamenlijke huishouding voeren en herzag het pensioenbedrag naar het gehuwdenbedrag.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellanten hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, ondanks dat zij elk eigen woonruimte bezitten, en dat zij blijk geven van wederzijdse zorg, zoals samen eten, boodschappen doen en sociale activiteiten.
De verklaringen van appellanten zijn consistent en zonder voorbehoud afgelegd, en de Raad acht deze betrouwbaar. De Raad wijst erop dat het gebruik van een eigen woning door appellant voor hobbyactiviteiten niet afdoet aan het feit van samenwonen. Er zijn geen dringende redenen om van herziening af te zien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen naar het gehuwdenbedrag wegens gezamenlijke huishouding.