ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9721
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- C.G. Meeder
- N. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Terechte weigering bevallingsuitkering bij zwangerschap van minder dan 24 weken
Eiseres, die na een zwangerschap van 21 weken een levenloos kind ter wereld bracht, verzocht om een bevallingsuitkering op grond van de WAZO. Verweerder wees dit af omdat de zwangerschap korter dan 24 weken duurde, hetgeen volgens de LISV-standaard geen bevalling in de zin van de wet is. De rechtbank bevestigt dat de nationale wetgeving en jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep deze grens hanteren en dat dit niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever.
Eiseres voerde aan dat zij op grond van Europese Richtlijn 92/85/EEG recht had op bescherming en uitkering, maar de rechtbank stelt vast dat deze richtlijn de lidstaten discretionaire bevoegdheden geeft en dat de Nederlandse regelgeving voldoet aan de minimumnormen. De richtlijn biedt dus geen aanvullend recht op uitkering.
De rechtbank oordeelt echter dat het besluit van verweerder om de uitkering per 12 januari 2004 te beëindigen onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, omdat geen nader onderzoek is gedaan naar de psychische klachten van eiseres na het rouwproces. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en beveelt een nieuw, gemotiveerd besluit na nader onderzoek.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.