ECLI:NL:CRVB:2009:BK5210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vaststelling veronderstelde ouderlijke bijdrage in strijd met Wet studiefinanciering 2000
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de IB-Groep waarin de veronderstelde ouderlijke bijdrage voor zijn kinderen voor de jaren 2006 en 2007 werd vastgesteld. De IB-Groep had de bijdrage per ouder afzonderlijk berekend, wat volgens appellant leidde tot onduidelijkheid en onredelijke resultaten.
De Raad oordeelde dat de wet voorschrijft dat de veronderstelde ouderlijke bijdrage de som is van de berekeningsgrondslagen van beide ouders gezamenlijk, zoals bepaald in artikel 3.13 van de Wet studiefinanciering 2000. De IB-Groep had echter slechts het bedrag vastgesteld dat één ouder moest bijdragen, wat niet conform de wet is.
De Raad verwierp de argumenten van de IB-Groep dat de werkwijze acceptabel was omdat het eindbedrag juist was en dat technische problemen met het computersysteem een afwijking rechtvaardigen. Ook werd het beroep op privacybelangen afgewezen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de IB-Groep een nieuw besluit moet nemen dat voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het besluit van de IB-Groep over de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vernietigd en de IB-Groep moet een nieuw besluit nemen conform de wet.