ECLI:NL:CRVB:2009:BK0979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering wegens ongeschiktheid voor arbeid
Betrokkene, een onderhoudsschilder, meldde zich ziek wegens psychische klachten en later knie- en schouderklachten. De uitkering op grond van de Wet WIA werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd vernietigd door de Raad in een eerdere zaak. Vervolgens beëindigde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de Ziektewetuitkering omdat betrokkene niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV bij de beoordeling van de Ziektewetuitkering alleen rekening hield met functies die aan de berekening van de resterende verdiencapaciteit ten grondslag lagen, terwijl volgens vaste jurisprudentie alle functies die betrokkene in het kader van de WIA-beoordeling zijn voorgehouden als maatstafarbeid gelden. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het bestreden besluit geen stand kan houden omdat het niet uitgaat van alle relevante functies.
De Raad overweegt dat betrokkene alleen ongeschikt is voor zijn arbeid indien hij ongeschikt is voor al deze functies afzonderlijk. Omdat het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering hieraan niet voldoet, wordt het vernietigd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat betrokkene ongeschikt is voor alle functies die hem bij de WIA-beoordeling zijn voorgehouden.