ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste grondslag
Appellant diende op 23 september 2006 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College wees deze aanvraag bij besluit van 12 december 2006 af omdat appellant niet alle benodigde informatie over zijn vermogen in Turkije had verstrekt. Het bezwaar tegen dit besluit werd bij besluit van 27 februari 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het uitgangspunt van het College onjuist was, namelijk dat de eerdere aanvraag van 10 november 2005 buiten behandeling was gesteld en dat daarom een nieuwe aanvraag moest worden ingediend. De Raad oordeelde dat dit uitgangspunt achteraf onjuist was, waardoor ook het besluit van 12 december 2006 geen deugdelijke grondslag had. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het daarop betrekking hebbende bezwaarbesluit.
De Raad besloot zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 12 december 2006 te herroepen. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2009.
Uitkomst: Het besluit van 12 december 2006 wordt herroepen en het beroep gegrond verklaard.