ECLI:NL:CRVB:2009:BI7121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schadevergoeding bij onrechtmatige intrekking van bijstandsuitkering
Betrokkene ontving bijstand die op 1 januari 2004 werd ingetrokken, waarna deze intrekking op 5 oktober 2004 werd herroepen. Betrokkene vorderde vergoeding van schade veroorzaakt door het verlies van woonruimte en schulden door het tijdelijk gemis aan uitkering. De rechtbank kende een schadevergoeding toe, maar de Raad vernietigde deze uitspraak.
De Raad stelde vast dat de gevolgen van een onrechtmatige intrekking in beginsel terug te voeren zijn op de vertraagde uitbetaling van de uitkering. Kosten die gemaakt zijn door het tijdelijk gemis aan geld, zoals huurachterstand en schulden, vallen onder schade wegens vertraging in de voldoening van een geldsom.
Daarom is naast de reeds toegekende wettelijke rente geen zelfstandige vergoeding van deze kosten gerechtvaardigd. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 22 december 2006 ongegrond, en de besluiten van 29 mei en 24 juni 2008 vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten tot aanvullende schadevergoeding worden vernietigd.