Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het college tot betaling aan appellant van een schadevergoeding ten bedrage van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met cerebrale parese en grotendeels rolstoelafhankelijk, vroeg op grond van de Wmo voorzieningen aan voor vervoer, een rolstoel en woonaanpassingen. Het college van burgemeester en wethouders van Oldambt wees deze aanvragen af omdat appellant niet woonde in Oldambt en niet was verhuisd naar een beschikbare meest geschikte woning binnen de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag voor vervoers- en rolstoelvoorzieningen afwees op grond van het ontbreken van woonachting in Oldambt, conform de Verordening maatschappelijke ondersteuning. Ook de afwijzing van de woonvoorziening was terecht omdat appellant niet verhuisde naar een geschikte woning en geen schriftelijke toestemming had gevraagd of gekregen.
Appellant stelde dat hij hierdoor gedwongen werd in Alkmaar te blijven wonen, terwijl die situatie niet passend was. De Raad verwierp dit en benadrukte dat het college de compensatieplicht alleen heeft jegens inwoners van de gemeente. Verder werd vastgesteld dat de totale procedure niet onredelijk lang duurde, maar dat de bezwaarfase wel langer dan gebruikelijk was. Daarom werd het college veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De afwijzing van de voorzieningen is terecht; het college moet appellant €500 schadevergoeding betalen wegens overschrijding redelijke termijn.