ECLI:NL:RBSGR:2009:BI5132
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- J.L. Verbeek
- D.M. Thierry
- Rechtspraak.nl
Staat aansprakelijk voor overschrijding redelijke termijn bij beslissing verblijfsvergunning
Eiser, afkomstig uit Marokko, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor studie, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan van zijn referent. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd en uiteindelijk verleende de Minister een verblijfsvergunning.
De procedure duurde ruim drie jaar en zeven maanden, waarbij de rechtbank oordeelde dat dit een substantiële overschrijding van de redelijke termijn betrof. De Staat werd aansprakelijk gesteld voor onrechtmatig handelen wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar, hetgeen immateriële schade veroorzaakte.
De rechtbank verwierp het verweer van de Staat dat de overschrijding gerechtvaardigd was door het gedrag van eiser of door het tijdsverloop dat in het voordeel van eiser zou zijn. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat een redelijke termijn voor bezwaar en beroep samen maximaal drie jaar mag duren.
De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en een schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor onrechtmatig handelen wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.