ECLI:NL:CRVB:2008:BC6040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding tussen tolk en Immigratie- en Naturalisatiedienst voor WW-uitkering
Appellant verricht sinds 1995 werkzaamheden als tolk voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en verzocht in 2002 om een WW-uitkering wegens afname van zijn werkzaamheden. Het UWV wees dit af omdat appellant geen werknemer is volgens de WW. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat er geen sprake was van een gezagsverhouding, een vereiste voor een arbeidsovereenkomst.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Hoewel appellant verplicht was persoonlijk te werken en loon ontving, ontbrak het aan een gezagsverhouding. De regeling voor tolken bij de IND voorziet in selectie, gedragscode en klachtenprocedures, maar dit impliceert geen werkgeversgezag. Appellant was vrij in zijn beschikbaarheid en kon opdrachten weigeren.
De Raad benadrukt dat de feitelijke situatie bepalend is en dat het enkel verrichten van vertaalwerkzaamheden bij de IND niet leidt tot een dienstbetrekking. De intentie van partijen en het feit dat appellant zich als zelfstandige presenteerde, ondersteunen dit. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen werknemer is in de zin van de WW vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.