ECLI:NL:RVS:2019:2927
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betoog zelfstandigheid
De zaak betreft hoger beroep tegen boetes opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling, met een verblijfsvergunning voor zelfstandigen, werkte feitelijk onder gezagsverhouding bij appellanten.
Appellanten stelden dat de vreemdeling als zelfstandige werkte, onderbouwd met verwijzingen naar jurisprudentie, fiscale aspecten zoals een VAR en eigen opdrachtgevers. De Raad van State oordeelde dat de feitelijke situatie leidend is en dat de vreemdeling dezelfde werkzaamheden verrichtte als uitzendkrachten, onder leiding en controle van appellanten, zonder vrijheid om opdrachtgevers te weigeren.
De Raad verwierp het betoog dat gewijzigde wetgeving omtrent zzp'ers en fiscale definities van zelfstandigheid gevolgen hebben voor de Wav. De boetes werden bevestigd en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De boetes van €6.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden bevestigd omdat de vreemdeling feitelijk onder gezagsverhouding werkte.