ECLI:NL:CRVB:2008:BC3689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling excessieve werktijd en vaststelling maatman bij WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als schoonmaker bij twee werkgevers, meldde zich per 1 augustus 2001 toegenomen arbeidsongeschikt wegens psychische klachten. Zijn WAO-uitkering werd verhoogd naar 80-100%, maar later herzien naar 25-35% en vervolgens naar 35-45% en 45-55% na nieuwe beoordelingen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, met name over de vaststelling van de maatman, waarbij hij stelde dat zijn werktijd van 67,1 uur per week niet volledig als maatgevend kon gelden vanwege excessieve werktijd.
De rechtbank Amsterdam vernietigde eerdere besluiten en stelde de maatman vast op 57,5 uur per week, waarbij uren boven deze grens als excessief werden aangemerkt. Het Uwv nam dit over, maar appellant ging in hoger beroep tegen de omvang van de maatman. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep tegen de omvang van de maatman niet-ontvankelijk was, omdat het Uwv zelf de beperking van 50 uur niet langer als juist beschouwde.
De Raad bevestigde dat een combinatie van werk overdag, in de avonduren en in het weekend leidt tot een abnormaal lange werktijd, waarbij de noodzaak van recuperatie zwaar weegt. De vaststelling van 57,5 uur als maatman is gerechtvaardigd, mede gezien de zwaarte van het werk en de beperkte rustmomenten van appellant. Het beroep tegen het bestreden besluit werd daarom ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep over de omvang van de maatman niet-ontvankelijk.